Niet elk supplement dat 'puur' heet, is ook schoon. Zware metalen zijn onzichtbaar, smakeloos — en in mineraalrijke extracten een reëel aandachtspunt.
In het kort: Zware metalen zoals lood, arseen, cadmium en kwik komen van nature voor in gesteente en kunnen daardoor in mineraalrijke stoffen als shilajit terechtkomen. De EU stelt maximumlimieten vast via Verordening (EG) nr. 1881/2006, gebaseerd op EFSA-adviezen; die normen worden periodiek herzien. Een certificaat van analyse (CoA), bij voorkeur van een ISO/IEC 17025-geaccrediteerd lab en per batch, is de manier om dit te controleren. OERVA Resin is single-origin uit Badakhshan en wordt per batch getest bij Normec Nederland.
Waarom zware metalen in supplementen voorkomen
Zware metalen zijn van nature aanwezig in de aardkorst. Lood, arseen, cadmium en kwik bevinden zich in grond, water en gesteente — wereldwijd, zonder uitzondering. Planten en organisch materiaal nemen die elementen op tijdens hun groei of vorming. Dat geldt voor groenten, granen en kruiden, maar ook voor mineraalrijke stoffen die diep in bergformaties ontstaan.
Shilajit is zo'n stof. Het is het resultaat van eeuwenlange biologische afbraak van plantaardig materiaal tussen rotslagen op grote hoogte. Die omgeving is mineraalrijk van nature. Dat is precies wat shilajit zijn karakteristieke samenstelling geeft — fulvinezuur, huminezuur, sporenelementen — maar het betekent ook dat de aanwezigheid van zware metalen structureel gemonitord moet worden.
De herkomst bepaalt mede het risicoprofiel. Gesteente uit gebieden met industriële activiteit, mijnbouw of landbouwvervuiling draagt een ander risico dan gesteente uit afgelegen, ongerept hooggebergte. Maar ook in ongerepte gebieden zijn zware metalen aanwezig: dat is geologie, geen nalatigheid. Het verschil zit in de concentratie en in de vraag of die concentratie binnen aanvaardbare grenzen valt.
Hoe Europese normen voor zware metalen werken
De Europese Unie heeft maximumlimieten vastgesteld voor zware metalen in levensmiddelen via Verordening (EG) nr. 1881/2006 en de bijbehorende wijzigingen. Deze verordening stelt grenswaarden vast uitgedrukt in milligram per kilogram (mg/kg) of microgram per kilogram (µg/kg) van het product.
Voor voedingssupplementen gelden specifieke limieten per element. De exacte waarden variëren per productcategorie en worden periodiek herzien door de Europese Commissie op basis van adviezen van de European Food Safety Authority (EFSA). EFSA hanteert daarbij het concept van de zogeheten 'tolerable weekly intake' (TWI) — de hoeveelheid van een stof die een mens gemiddeld per week kan opnemen zonder meetbaar gezondheidsrisico over een leven.
De vier meest gemonitorde elementen
| Element | Symbool | Primaire bron van blootstelling | Waarom relevant bij supplementen |
|---|---|---|---|
| Lood | Pb | Grond, oud leidingwater, verf | Accumuleert in het lichaam; EU-limiet streng |
| Arseen | As | Grondwater, rijst, zeevruchten | Organisch vs. anorganisch arseen: onderscheid telt |
| Cadmium | Cd | Fosfaatmeststoffen, tabak, graan | Nieraccumulatie bij langdurige blootstelling |
| Kwik | Hg | Vis, industriële emissies | Methylkwik meest toxische vorm; streng genormeerd |
Een belangrijk nuance: niet alle vormen van een zwaar metaal zijn even problematisch. Arseen bestaat in organische en anorganische vorm. Organisch arseen — zoals voorkomt in zeevruchten — wordt door het lichaam anders verwerkt dan anorganisch arseen, dat als significant schadelijker wordt beschouwd. Moderne lab-analyses maken dit onderscheid. Een totaalgehalte arseen zegt daardoor minder dan een speciatie-analyse die de verdeling tussen organisch en anorganisch in kaart brengt.
Hoe limieten worden vastgesteld
EFSA baseert haar adviezen op toxicologisch onderzoek, epidemiologische data en blootstellingsmodellen. De TWI voor lood is in de afgelopen jaren meermaals naar beneden bijgesteld naarmate onderzoek verfijnde inzichten opleverde over cumulatieve blootstelling. Dat maakt Europese normen dynamisch: ze zijn niet definitief, maar worden herzien zodra wetenschappelijke consensus verschuift.
Voor fabrikanten van supplementen betekent dit dat compliance een doorlopend proces is, geen eenmalige toets. Een product dat vijf jaar geleden aan de normen voldeed, moet opnieuw getoetst worden als de grenswaarden worden aangescherpt.
Wat lab-testen in de praktijk meten
Een certificaat van analyse — ook wel CoA genoemd — is het document dat de uitkomst van een lab-test vastlegt. Niet elk CoA is gelijkwaardig. De relevante vragen zijn: welk lab heeft getest, welke methode is gebruikt, en welke elementen zijn precies gemeten?
De meest gebruikte analysemethode voor zware metalen is inductief gekoppeld plasma massaspectrometrie, afgekort ICP-MS. Deze techniek is in staat om concentraties te meten in de orde van microgram per kilogram — parts per billion. Dat is een uiterst gevoelige methode, wat ook betekent dat sporen die bij oudere technieken ondetecteerbaar waren, nu wel zichtbaar worden. Een 'niet aangetoond' op een CoA is daardoor alleen informatief als de detectiegrens van de gebruikte methode ook vermeld staat.
Geaccrediteerde laboratoria werken volgens ISO/IEC 17025, de internationale norm voor testlaboratoria. Accreditatie betekent dat de werkwijze, de kalibratie van apparatuur en de rapportage onafhankelijk zijn getoetst. Een test uitgevoerd door een geaccrediteerd lab heeft daarmee een andere bewijskracht dan een interne kwaliteitscheck door de fabrikant zelf.
Wat een CoA wél en niet zegt
Een CoA geeft een momentopname van één batch. Het zegt niets over andere batches, tenzij elk afzonderlijk lot getest wordt. Bij grondstoffen die variëren per oogst, seizoen of herkomstlocatie — zoals mineraalrijke organische extracten — is batch-voor-batch testen de enige manier om consistentie te waarborgen. Een eenmalige test bij de introductie van een product is onvoldoende als grondstofbronnen of leveranciers kunnen wisselen.
Daarnaast zegt een CoA niets over wat er na de test is gebeurd. Opslag, transport en verwerking kunnen de kwaliteit beïnvloeden. Een CoA is een startpunt, geen eindpunt van kwaliteitsborging.
Wat OERVA doet
OERVA Resin is single-origin: de shilajit komt uitsluitend uit Badakhshan, in het noordoosten van Afghanistan, gewonnen op circa 3.800 meter hoogte in het Hindu Kush-gebergte. Die geografische specificiteit is geen marketingkeuze — het is een kwaliteitsinstrument. Een vaste, gedocumenteerde herkomst maakt het mogelijk om het risicoprofiel van de grondstof te kennen en te monitoren.
Elke batch OERVA Resin wordt getest bij Normec Nederland in Dordrecht, een geaccrediteerd laboratorium. De analyses omvatten zware metalen. De resultaten zijn batch-specifiek: niet één generieke test voor het product als geheel, maar een meting per lot dat in productie gaat. Dat is de enige manier om te weten wat er in de fles zit die je ontvangt.
Meer over onze testmethode en wat een CoA bij ons omvat, lees je op Het Lab. De herkomst van de grondstof — de geologie van Badakhshan, de winningsmethode, de verwerking — staat beschreven op De Bron.
Zware metalen in supplementen zijn geen reden voor alarm, maar wel voor aandacht. De normen bestaan. De testmethoden bestaan. De vraag is of een merk ze consequent toepast — per batch, bij een onafhankelijk lab, met een gedocumenteerde herkomst. Dat is de minimale standaard. Wij houden ons eraan.
Dit artikel is informatief en bevat geen gezondheids- of medische claims. Een voedingssupplement is geen vervanging voor een gevarieerde voeding of medisch advies.
Verder lezen
- Zware metalen in supplementen — praktische gids
- Shilajit zware metalen bron: waar het misgaat
- Een lab-rapport lezen: praktische gids
- Normec shilajit test: wat doet het lab precies?
Begin de Praktijk — OERVA Resin €37,40 per fles (abonnement)