Zink belang shilajit: waarom het ertoe doet — OERVA

Shilajit bevat tientallen sporenelementen. Zink is er één — en het is niet zomaar een bijzaak.

Zink in context: een sporenelement met een breed onderzoeksprofiel

Zink behoort tot de meest bestudeerde sporenelementen in de voedingswetenschap. Het menselijk lichaam bevat naar schatting twee tot vier gram zink, verdeeld over spieren, botten, huid en organen. Het element is betrokken bij honderden enzymatische processen — van eiwitsynthese tot celdelingsprocessen en de normale werking van het immuunsysteem.

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft voor zink een reeks goedgekeurde gezondheidsclaims vastgesteld. Die claims gelden voor zink als voedingsstof in het algemeen, niet voor een specifiek product. Ze beschrijven bijdragen aan onder meer het normale functioneren van het immuunsysteem, de bescherming van cellen tegen oxidatieve stress, en de instandhouding van normale huid, haar en nagels.

Zink is geen zeldzaamheid. Het zit in vlees, peulvruchten, noten en volle granen. Toch laat onderzoek zien dat een aanzienlijk deel van de bevolking in westerse landen de aanbevolen dagelijkse inname niet structureel haalt — met name bij mensen die weinig dierlijk eiwit eten of bij ouderen bij wie de opname verminderd kan zijn.

Dat maakt de aanwezigheid van zink in bergharsen als shilajit relevant als onderzoeksonderwerp. Niet als belofte, maar als gegeven dat nader beschrijven verdient.

Hoe zink in shilajit terechtkomt

Shilajit is geen plant en geen zout. Het is een organisch-mineraal hars dat over duizenden jaren gevormd wordt uit gedeeltelijk vergane plantenmassa, samengeperst tussen rotslagen op grote hoogte. De Hindu Kush, de Himalaya, het Altai-gebergte — overal waar de geologie en het klimaat samenkomen in isolatie en druk, ontstaat dit materiaal.

De minerale samenstelling van shilajit weerspiegelt de geologie van de omgeving. Rotsen in het Badakhshan-gebied van Afghanistan, waar OERVA zijn grondstof betrekt, bevatten van nature sporenelementen waaronder zink, magnesium, ijzer, mangaan en selenium. Die elementen worden over eeuwen opgenomen in de organische matrix van het hars.

De drager van die mineralen is fulvinezuur — een laagmoleculaire organische verbinding die ontstaat bij de afbraak van organisch materiaal door micro-organismen. Fulvinezuur bindt metaalionen en draagt ze mee. Het is ook de verbinding die onderzoekers gebruiken als kwaliteitsmarker voor shilajit: een hoger fulvinezuurgehalte wordt in de literatuur geassocieerd met een rijpere, minder verdunde grondstof.

De herkomst van de grondstof bepaalt dus mede welke mineralen aanwezig zijn en in welke verhouding. Dat is precies waarom single-origin geen marketingterm is, maar een analytisch relevant gegeven. Shilajit uit verschillende bergketens heeft een andere mineralensamenstelling. Mengen of verdunnen met goedkopere grondstoffen verstoort dat profiel. Alleen lab-analyse per batch maakt dit zichtbaar.

Wat onderzoek beschrijft over zink en fulvinezuur

Er is de afgelopen decennia een groeiend corpus aan onderzoek verschenen over shilajit en zijn bestanddelen. Een deel van dat onderzoek richt zich specifiek op fulvinezuur als transportmolecuul voor mineralen, waaronder zink.

Laboratoriumstudies hebben laten zien dat fulvinezuur metaalionen — waaronder zinkionen — kan cheleren: ze omhullen en stabiliseren. Chelering is een chemisch proces waarbij een organische verbinding een metaalion omsluit via meerdere bindingsplaatsen. In de bodembiotechnologie is dit al langer bekend als mechanisme waarmee planten mineralen opnemen via de wortelzone.

Of dit chelerende effect in een menselijk spijsverteringssysteem op dezelfde manier werkt, is een vraag die het huidige onderzoek nog niet definitief beantwoordt. Studies bij mensen zijn beperkt in omvang en opzet. Dat is een eerlijke kanttekening die elke serieuze beschrijving van dit onderwerp hoort te bevatten.

Wat wel beschreven is in de literatuur: de biobeschikbaarheid van mineralen — de mate waarin ze door het lichaam opgenomen kunnen worden — is niet alleen afhankelijk van de hoeveelheid die aanwezig is, maar ook van de chemische vorm. Zink gebonden aan organische verbindingen gedraagt zich anders dan zink in anorganische zouten. Dit is het uitgangspunt van onderzoek naar zogenaamde organische zinkverbindingen in de voedingssupplementenindustrie.

Shilajit past in die bredere wetenschappelijke vraag: wat doet de organische matrix met de opneembaarheid van de mineralen erin. Het antwoord is nog onvolledig. Maar de vraag zelf is legitiem en wordt serieus onderzocht.

Fulvinezuur als analytische graadmeter

In de shilajit-industrie wordt fulvinezuurgehalte gebruikt als kwaliteitsmaatstaf. Een grondstof met een laag fulvinezuurgehalte is ofwel onrijp, ofwel verdund. Omdat fulvinezuur de drager is van de minerale fractie, heeft een lager gehalte ook gevolgen voor de minerale rijkdom van het eindproduct — waaronder het zinkgehalte.

Normec Nederland, het laboratorium in Dordrecht waar OERVA elke batch laat analyseren, meet onder meer het fulvinezuurgehalte en de aanwezigheid van zware metalen. Dat laatste is essentieel: dezelfde eigenschap die fulvinezuur bruikbaar maakt als mineraaldrager — het binden van metaalionen — maakt onzuivere shilajit ook een potentiële drager van lood, arseen of kwik. Zonder onafhankelijke analyse is er geen manier om dit te weten.

De resultaten van die analyse zijn per batch beschikbaar. Niet als marketingmateriaal, maar als verificatie.

Zink in verhouding tot andere mineralen in shilajit

Zink staat niet op zichzelf. In shilajit is het onderdeel van een breder mineraalprofiel. De verhoudingen tussen die mineralen zijn mede afhankelijk van de geologische context van de vindplaats.

Sporenelement Rol in enzymatische processen (algemeen) Aanwezig in shilajit
Zink Eiwitsynthese, celdelingsprocessen, immuunfunctie Ja
Magnesium Energiemetabolisme, spierfunctie, zenuwstelsel Ja
IJzer Zuurstoftransport, energieproductie Ja
Mangaan Antioxidatieve enzymwerking, botvorming Ja
Selenium Schildklierfunctie, bescherming tegen oxidatieve stress Ja, afhankelijk van geologie

De rollen in bovenstaande tabel beschrijven de algemeen erkende functies van die mineralen als voedingsstoffen — niet de werking van shilajit als product. Het onderscheid is relevant. Mineralen in een voedingssupplement dragen bij aan de inname van die mineralen. Maar de mate waarin, en of die inname een functioneel verschil maakt, hangt af van de totale voeding, de individuele opname en de uitgangswaarden.

Wat OERVA doet en wat te onthouden

OERVA betrekt zijn grondstof uitsluitend uit Badakhshan, Afghanistan — een gebied op circa 3.800 meter hoogte in de Hindu Kush. De keuze voor één herkomst is geen toeval. Consistentie in herkomst maakt consistentie in samenstelling mogelijk. En consistentie in samenstelling is de voorwaarde voor eerlijke communicatie over wat er in een fles zit.

Elke batch OERVA Resin wordt geanalyseerd door Normec Nederland in Dordrecht. Die analyse omvat het fulvinezuurgehalte, de aanwezigheid van zware metalen en het bredere mineralenprofiel. De resultaten zijn beschikbaar via Het Lab.

OERVA Resin is een vloeibaar extract in apothekersglas met pipet. Vier druppels per dag. Dertig dagen per fles. De Praktijk is eenvoudig — geen poeder, geen capsules, geen giswerk over dosering.

Zink is één onderdeel van het mineraalprofiel van shilajit. Het is meetbaar, het is beschreven in de literatuur, en het is afhankelijk van de kwaliteit van de grondstof. Meer dan dat valt op dit moment wetenschappelijk niet te zeggen — en dat is precies wat wij zeggen.

Meer over de herkomst van onze grondstof lees je op De Bron.

Dit artikel is informatief en bevat geen gezondheids- of medische claims. Een voedingssupplement is geen vervanging voor een gevarieerde voeding of medisch advies.

Begin de Praktijk — OERVA Resin €37,40 per fles (abonnement)

Lees ook: Het Lab — hoe wij testen →